zaterdag, 19 mei 2012

Instructie trainingsvormen

Binnen het Freestyle systeem werken we met drie basis trainingsvormen waarin alle technieken liggen opgesloten:
trainingspiramide
1. Loswerken
2. Grondwerk
3. Dubbele Lange Lijnen 

Deze drie trainingsvormen staan in dienst van het uiteindelijke doel: Rijden.

1. Loswerken.

Loswerken is misschien wel de belangrijkste (basis) trainingsvorm. Het paard loopt los in een ruimte van 15 x 15 meter ook wel de 'loswerkbak' genoemd. Het paard is vrij om te handelen en te reageren op deze situatie zoals hij dat wil. Het geeft ons in eerste instantie een goede gelegenheid om het gedrag van het paard te observeren. Het leert ons veel over het karakter van het paard. Vervolgens gaan we zelf in de loswerkbak met het paard aan het werk. We werken in de basis vooral door middel van het bewust gebruik maken van 'positie en beweging'. Door middel van het juist gebruik van positie en beweging kunnen we basiscontrole verkrijgen.

Basiscontrole is de controle over richting en snelheid. In dit stadium werken we non-verbaal en zonder direct fysiek contact. Hebben we eenmaal deze basiscontrole dan zal het paard ons ervaren als een rang hoger. Dit heeft positieve gevolgen voor de dominantieverhouding en voor onze positie als gerespecteerd leider.

Mens.

Tijdens het loswerken trainen wij voor een groot deel onszelf. Natuurlijk om afstemming met ons paard te krijgen en meer over ons paard te weten te komen maar zeker ook om ons zelf te bekwamen in positie, beweging, houding, reactiesnelheid, souplesse, timing, inzicht, enz.
Paard.

Voor het paard bestaat het loswerken voornamelijk uit het afstemmen op de ruiter/trainer en het leren begrijpen van de hulpen. Het paard voert op de cirkel overgangen en tempowisselingen uit. Op deze manier kan het paard ongehinderd bewegen en zoeken naar zijn eigen natuurlijke balans, dit is de basis voor de rijtypische balans. Door het werken linksom én rechtsom zal het paard zich ook lateraal ontwikkelen (stelling en buiging).

2. Grondwerk.

De tweede trainingsvorm binnen het Freestyle-systeem is het zogenaamde grondwerk. We bedoelen hiermee al het werk dat door de mens wordt aangestuurd vanaf de grond. Alle inmiddels aangeleerde technieken uit het loswerken zijn ook hier van belang. De plek waar je staat (positie), de bewegingen die je maakt en de houding waarmee je dat doet. Extra is het contact dat we hebben door middel van de leadrope (lijn van 4.5 meter) en het Freestyle halster. Al onze 'hulpen' worden door de leadrope en het halster vertaald in een bepaalde mate van druk die het paard via het Freestyle halster voelt op het hoofd.

Wij willen graag dat het paard 'wijkt voor druk'. Op die manier worden onze hulpen omgezet in gewenste handelingen. Helaas gaan paarden van nature tegen fysieke druk in. Zowel het paard als de ruiter/trainer leert door deze grondwerkoefeningen hoeveel hulp/druk het paard nodig heeft om ervoor te wijken, hoe we zo'n goede reactie moeten belonen en hoe we uiteindelijk de druk af kunnen bouwen naar een minimaal niveau. We willen graag meer reactie met steeds minder hulp/druk.

3. Dubbele lange lijnen.

Het werk aan de dubbele lange lijnen behoort feitelijk tot het grondwerk maar neemt binnen het Freestyle-systeem zo’n belangrijke plek in dat het in de trainingsopbouw de derde trainingsvorm vertegenwoordigt. Het werken aan de dubbele lange lijnen vormt de brug tussen het werken vanaf de grond en het rijden. Tijdens deze techniek zijn we bezig met rijtypische begrippen zoals: teugelvoering, buiging, stelling, nageven en aanleuning. Deze trainingsvorm maakt gebruik van de verkregen handigheid bij de twee vorige trainingsvormen: loswerken en grondwerk.

Bij de dubbele lange lijnen werken we vanuit twee verschillende posities:

1. De centrumpositie - in het midden van de cirkel die het paard loopt.
2. De menpositie - achter het paard.

Hindernissen.
Alle onderdelen uit het grondwerk kunnen in de training worden gecombineerd met een hindernisparcours. Denk hierbij aan hindernissen zoals die gebruikt worden in een schrik- en obstakelparcours: een brug, een lap plastic, een labyrint, een wip, een tunnel, een vliegengordijn, pionnen, balken, enz. In dit parcours kunnen we de geleerde technieken direct in de praktijk gebruiken. Daarnaast is het werken met hindernissen voor paarden een goede training voor het zelfvertrouwen en het vertrouwen in de begeleider. Uiteindelijk gebruiken we het hindernisparcours ook tijdens het rijden.


Rijden.

Paardrijden kent twee verschillende facetten; de training van het paard en de training van de ruiter. Door alle voorgaande technieken zijn we in de basis al direct bezig met het trainen van de ruiter. Tijdens het onderdeel 'rijden' zetten we die specifieke aandacht door. We werken aan houding, zit, balans, gevoel, timing, ritme, enz. We gebruiken daar veel verschillende technieken en oefeningen voor. De meest in het oog springende zijn het rijden zonder de vertrouwde hulpmiddelen, zo rijden we bijvoorbeeld zonder zadel (op een bare-back-pad) voor het trainen van de balans en voor een beter gevoel/contact met de rug van het paard. Maar ook zonder bit, zweep en sporen. Ook hier geldt 'meer met minder'. Voor de training en ontwikkeling van het paard maken we gebruik van het zo genaamde basis rijsysteem. Zodra we besluiten om een paard te gaan rijden zijn we verplicht om het paard zo te trainen dat hij zijn werk zo goed mogelijk kan doen. Dat betekent dat we het paard in een andere houding zijn rug dragend moeten leren gebruiken. Belangrijke onderdelen in het basis rijsysteem zijn dan ook: gehoorzaamheid, buiging, stelling, balans, enz. Dit is de basis voor elke denkbare discipline.


ningehuijsertrainingsvormen trainingsvormenningehuijser

Biografie